De kunst van het ruziemaken

Artikel van Karine Van Oosterbos in Metafoor.

 

Of ik een ontbijtsessie over ruziemaken wil bijwonen? Graag, want ruzie kent iedereen wel en bijna niemand vindt het echt leuk. Als voorbereiding lees ik het boek van Serge Ornelis, ‘Met slaande deuren, de kunst van goed ruziemaken’. De zondag daarop geniet ik van een babbel bij Lieve Pepermans, advocate en bemiddelaar, die dagdagelijks in aanraking komt met ruzie en conflicten bij haar klanten en ook zelf ervaringsdeskundige is. Dat Serge Ornelis, spreker en auteur, gepassioneerd is door zijn onderwerp, wordt meteen duidelijk. Hij vertelt ook waarom hij dit boek schreef: er bestaan namelijk geen boeken over ruzie. Hij levert dus een relevante bijdrage omwille van drie redenen. Eén: troost bieden, want ruzie is normaal, het hoort bij relaties en iedereen doet het. Twee: inzicht bieden in waar de ruzie vandaan komt en hoe dit komt. Drie: hoop bieden, want ruzie hoeft niet altijd slecht af te lopen.

Ruzie of conflict?

Omdat ruzie en conflict al eens door elkaar worden gebruikt, maakt Serge het volgende onderscheid: ruzie gaat niet over de kwestie, maar over de relatie. Conflict gaat wel over een kwestie. Hij duidt dat een conflict gaat om een tegenstelling in mening, waarbij tegen-gestelde belangen een spanningsveld tussen twee (of meer) partijen creëren. Dit zorgt voor frustratie en voelt vervelend. Daardoor ontstaat er polarisatie, worden de standpunten langs beide kanten harder en is er geen grijze zone meer. Hoe we daarmee omgaan, toont zich via gedrag. Er werd al veel geschreven en onderzocht rond conflicthantering. Het Thomas-Kilmannmodel is daarbij het meest gekende, het wordt vaak gebruikt bij communicatie-opleidingen en illustreert meerdere conflicthanteringsstijlen. De tekening hierboven toont vijf manieren om met een conflict om te gaan, gezien vanuit twee dimensies waarbij de eerste zich richt op de mate waarin iemand opkomt voor zijn eigen belang en de tweede kijkt naar de mate waarin men rekening houdt met het belang van de ander.

  • De haai linksboven is assertief en competitief. Hij bekommert zich niet om samenwerking of het welbevinden van mensen in zijn omgeving, zijn doelen primeren.
  • Linksonder gebruikt de schildpad een conflictvermijdende stijl en zo realiseert hij geen doelen en gaat hij niet in relatie met de ander.
  • De uil rechtsboven werkt samen met de ander en stelt gedrag dat zowel doelgericht is als oog heeft voor het in stand houden van een goede relatie.
  • De teddybeer rechtsonder focust vooral op de relatie en het belang van de ander en past zich snel aan. Doelen realiseert hij niet, maar hij wordt wel vaak aardig gevonden.
  • Middenin sluit de kwal een compromis. Door op een berekenende manier te onderhandelen hij naar een zogenaamde win-win gezocht waarbij beide partijen zowel winnen als deels toegeven.

 

Compromis of samenwerking?

In bedrijven focust men vaak op het compromis, terwijl men via samenwerken vaak meer kan realiseren. Ook in persoonlijke relaties geniet samenwerken de voorkeur. Serge illustreert hoe dit werkt via een voorbeeld van een dispuut omtrent een vakantiebestemming:

Jef wil met vakantie wil naar Londen en Karen wil naar Puglia. Geen van beiden wil toegeven en er ontstaat een conflict. Willen ze allebei hun gelijk halen, dan gaan ze vechten of manipuleren. Als ze kiezen voor conflictvermijding blijven ze beiden gewoon thuis. Een compromis zoeken lijkt misschien billijk, maar een halve week naar Londen gaan en een halve week doorbrengen in Puglia, is niet echt wat ze willen. Jef en Karen kunnen hier best uitkomen door samen te werken, door via communicatie te onderzoeken welke belangen ze elk verdedigen. Zo ontdekt Karen dat Jef naar Londen wil omdat hij fan is van geschiedenis en graag fysiek wil staan op de plek waar bepaalde historische gebeurtenissen zich hebben voorgedaan. Jef op zijn beurt leert dat Karen nood heeft aan zon en een zwembad. In Londen schijnt in november de zon niet in echt en in Puglia is weinig te doen op historisch vlak. Dus werken ze samen en kiezen ze voor Firenze als bestemming. Deze communicatie over het waarom zorgt voor creativiteit, waardoor men soms tot een nog betere uitkomst komt en vereist ook flexibiliteit. Als men echt het waarom wil onderzoeken en naar de diepte durft gaan, kan men vaak een oplossing vinden buiten het conflict.

Zie mij dan!

In zijn boek beschrijft Ornelis ruzie als een situatie waarin twee of meer mensen op een emotioneel gedreven manier hun relatie aan de orde stellen, naar aanleiding van een gevoel van miskenning en de pijn die dat veroorzaakt. Op zo’n moment heb je geen controle meer over onze emoties en reageren mensen vanuit hun reptielenbrein. Denk hierbij ook aan de pijn en reacties van het gekwetste kind en diens hechtingsstijl. Als we verwachten dat de ander ons gekwetst kind gaat helen, komen we van een kale reis thuis. Zelf bewust contact maken met je gekwetste kind, kan ervoor zorgen dat je minder gevoelig wordt voor de ervaring van miskenning binnen een bepaald domein. Stel jezelf de vragen: ‘Heeft de ander de intentie om te miskennen?’ en ‘Hoe gevoelig ben je voor de miskenning?’. Erkenning en miskenning maken onmiskenbaar deel uit van menselijke relaties. Ons zelfbeeld wordt hierdoor bepaald, net als hoe we met elkaar omgaan. Erkenning is de diepste menselijke behoefte, we willen ons gezien voelen door de andere. Je niet gezien voelen roept machteloosheid op.

Boosheid is gemakkelijk te herkennen bij ruzies. Het verdriet dat we daaronder voelen, is vaak minder duidelijk. Want boosheid richt je meestal op de ander en het verdriet ervaar je in jezelf. Omdat niet iedereen even gemakkelijk kan huilen, maskeert boosheid vaak onderliggend verdriet. Eens je onder die ijsberg gaat kijken en benoemt welke emoties en gevoelens er meespelen, dan besef je dat ruzie maken over heel wat meer gaat dan de aanleiding van de ruzie op zich. Hiermee aan de slag gaan, jezelf beter leren kennen en contact maken met emoties als boosheid en verdriet legt diepere lagen bloot, zodat je dichter bij je eigen behoefte aan erkenning kan komen en daar woorden aan leert geven.

 

Vier wapens

Omdat we bij ruzie vaak uitgaan van een slechte intentie van de ander, ontsporen gesprekken al eens snel. Je voelt dan woede en die woede triggert vergelding. Je gaat wapens trekken, over de grenzen van de ander gaan en zo op jouw beurt miskenning bij de ander veroorzaken. Door de intentie niet in te vullen voor de ander leer je wel spreken vanuit verbindende communicatie.

In zijn boek beschrijft Ornelis vier wapens die we bij ruzies durven hanteren:

  1. Overtroeven, door verbaal in de hoek te duwen.
  2. Kwetsen, waarbij je de ander precies raakt daar waar je weet dat je de ander pijn doet en op die manier vaak het zelfbeeld van de ander onderuithaalt.
  3. Beschuldigen, of nog erger, excuses eisen. Enerzijds om je gelijk te halen en anderzijds om ervoor te zorgen dat de ander zich schuldig voelt.
  4. Dreigen of simpelweg zeggen dat als de ander niet toegeeft er een sanctie volgt.

 

Je kan deze vier wapens ook nog eens via manipulatie toepassen. Om zogezegd de ruzie te beëindigen, ‘Want we geraken er toch nooit uit’ of door toe te geven, want ‘Dat is toch wat jij wil he’. In zulke situaties is het conflict misschien wel weg, maar de ruzie op het relatieniveau is niet voorbij en komt dus terug boven door een andere aanleiding.

 

Geen garantie

De kunst van het ruziemaken geeft geen enkele garantie dat de ruzie opgelost geraakt. Elk persoon blijft een individu en de juiste penselen en verf aanreiken, geeft geen garantie op het schilderen van een echt kunstwerk. Zeggen dat je niet meer meedoet met de ruzie kan een strategie zijn, maar stopt de ruzie niet per se. Zwijgen tijdens of na een ruzie heeft soms als doel om de ander te straffen. En roepen dat je te verschillend bent en misschien beter uit elkaar gaat heeft zeker geen positieve invloed op de relatie en is ook niet per definitie wat je eigenlijk wil. Uit de machtsstrijd stappen is niet vanzelfsprekend. Je kwetsbaar opstellen tijdens een ruzie voelt niet altijd veilig. Als jij echter beseft dat je de relatie te belangrijk vindt om ruzie te maken, kan dit hardop uitspreken een goede start zijn. Veel mensen gaan echter terugtrekken of toegeven om het spanningsveld uit de relatie te halen, maar dit is niet altijd effectief. Het is ook mogelijk dat door ruziemaken je je realiseert dat je niet in dezelfde mate van gelijkwaardigheid tegenover elkaar staat en dat je dit niet meer wil. Een einde maken aan de relatie kan in dat geval een oplossing zijn.

 

HOE LEER JE GOED RUZIE MAKEN?

  • Maak emoties bespreekbaar. Erken je eigen boosheid en verdriet en praat hierover zonder verwijten.
  • Wees asserlief. Kom op voor jezelf, met respect voor de ander, waarbij je echt luistert en de gelijkwaardigheid erkent.
  • Stap uit de machtsstrijd. Door vanuit metacommunicatie over de ruzie te praten, kan je er afstand van nemen. Dit is een echt kantelmoment. Zo kan je terug begrip tonen voor het standpunt en de reactie van de ander, kom je weer dichter tot elkaar, waardoor je ook zelf weer om begrip kan vragen.
  • Na een ruzie verzoenen om het evenwicht in de relatie te herstellen? Daar kunnen excuses voor nodig zijn. Want het gevoel van miskenning dat tijdens ruzie wordt ervaren, kan het wederzijdse vertrouwen op de proef stellen. Sorry zeggen voor de woorden die je hebt uitgesproken of de toon waarop je iets hebt gezegd, kan dan een groot verschil maken en de ruzie ontmijnen. Als beide partijen bereid zijn om sorry te zeggen en mekaar kunnen vergeven, kan de gelijkwaardigheid in de relatie weer hersteld worden.
  • Bij goed ruziemaken zijn drie woorden essentieel: erkenning, respect en communicatie. Enkel een combinatie van deze drie kan zorgen voor een diep contact met de ander en kan op gedragsniveau zorgen voor meer verbinding.

 

De dramadriehoek

 

 

Vanuit mijn I.V.-bril komt spontaan ook de dramadriehoek in mijn gedachten. Deze is ontleend aan de Transactionele Analyse (TA), een benadering bedacht door Eric Berne in de jaren 50. Berne schreef het boek ‘Mens erger je niet’. Het werd nog meer bekend door het boek van Thomas Harris, ‘Ik ben oké, jij bent oké’. Over de dramadriehoek bestaat heel wat lectuur. Wat aansluit bij deze ontbijtsessie is dat in de dramadriehoek zowel redder als slachtoffer geen echte verbinding met elkaar aangaan. Beide partijen zijn niet open over hun ware gevoelens, vanuit pijn en miskenning. Mits een eerlijk gesprek is het mogelijk om het communicatiepatroon bespreekbaar te maken. De aanklager en slachtoffer zijn in feite één en dezelfde persoon. Er is alleen sprake van een andere rol. Heel interessant om je nog eens in te verdiepen en in METAFOOR 69 van 15/01/16 verscheen hierover een prachtig artikel door Peggy Van Looveren. Het boek van Serge Ornelis belicht ruzie dus vanuit meerdere invalshoeken en geeft zeer duidelijke voorbeelden, zowel vanuit het dag-dagelijks leven als vanuit historische gebeurtenissen. Een boek dat, als therapeut, coach, leerkracht of trainer, niet in je boekenkast mag ontbreken. En dat heel vlot leest en dus voor ieder van ons kan dienen als leidraad in onze communicatie en zelfontwikkeling.

No Comments

Post A Comment